Mede onder invloed van het WSNS-beleid en de invoering van de leerling-gebonden financiering ('Het rugzakje') zijn er stappen voorwaarts gemaakt. De bevindingen van dit beleid zijn vooralsnog niet onverdeeld positief. Het speciaal onderwijs groeit onverlet en de integratie van kinderen met een rugzakje in het regulier onderwijs verloopt voor sommige doelgroepen moeizaam.
Scholen krijgen de verantwoordelijkheid om hun onderwijs flexibel en gevarieerd in te richten zodat de mogelijkheden en de ontwikkelingen van elke leerling tot zijn recht komen, ook voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Dit stelt het reguliere onderwijs voor nieuwe curriculumuitdagingen, zowel op het niveau van de school als op het niveau van de groep en de individuele leerling. De leerkracht is daarbij een belangrijke factor. Hij/zij is de regisseur van kwalitatief goed onderwijs. Zeker in relatie tot het onderwijs aan kinderen met een handicap is het de leerkracht die al dan niet met ondersteuning van anderen, verstandige keuzes dient te maken in het samenspel van verschillende curriculumcomponenten om te komen tot kwalitatief goed onderwijs binnen de grenzen van wat uitvoerbaar is. Welke eisen stelt dit aan leraren? Hoe komt men tot een goed leerplan? Waar loopt men tegenaan? Hoe kan men daar in ondersteund worden? Dit vormt een belangrijke focus in projecten van SLO. In deze projecten wordt intensief samengewerkt met scholen.
Daarnaast wordt veel waarde gehecht aan internationale kennisontwikkeling. Ook in veel andere Europese landen is men al jaren op weg naar een meer inclusief onderwijssysteem. Ervaringen uit die landen kunnen van veel waarde zijn voor ontwikkelingen in Nederland.



