Stap 2 en 3: Verzamelen en registreren van informatie
Scholen verzamelen en registreren doorgaans veel gegevens over hun leerlingen. Op schoolniveau is vaak een toetskalender vastgesteld waarin wordt beschreven welke toetsen op welk moment worden afgenomen. Op dit niveau dient ook regelmatig te worden gereflecteerd op de gekozen toetsen en de verzamelde informatie. Leveren de toetsen de informatie op die de school nodig heeft? Weet de school wat het wil weten over de vorderingen en leerprocessen van de leerlingen? Of is misschien aanvullende of andere informatie nodig?
Op schoolniveau kunnen toetsresultaten een signaal zijn om kritischer naar de opbrengsten van een bepaald leergebied en/of een bepaald leerjaar te kijken. Op grond van dit signaal zal het onderwijs in dit leergebied kritisch onder de loep moeten worden genomen. Het is op schoolniveau dus ook belangrijk om gegevens over het uitgevoerde curriculum te verzamelen. Toetsgegegevens van leerlingen moeten worden gerelateerd aan gegevens over het geboden onderwijs. Zo moet de school zich afvragen of  er voldoende leertijd voor het leergebied is uitgetrokken, of alle relevante inhouden zijn aangeboden, of het onderwijsaanbod is afgestemd op de inhoud van de toets, of er effectieve instructie is gegeven en of alle geplande leeractiviteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd.

Het kader voor de te verzamelen gegevens wordt op schoolniveau vastgesteld; het feitelijke verzamelen en registreren van de gegevens over leerlingen vindt op groeps- en leerlingniveau plaats. Het gedrag en de vorderingen van leerlingen kunnen ook aanleiding vormen om (meer) informatie te verzamelen. Als de leraar zorgen heeft over de vorderingen van één of meer leerlingen kan hij/zij via observaties, schriftelijk werk van leerlingen, gesprekken met leerlingen of aanvullende toetsgegevens proberen te achterhalen waar  het probleem zit en hoe de leraar hierop in kan spelen.