C. Onderwijsinhouden
C. Onderwijsinhouden Doorkijkje
C1 Aandacht voor cultuurkenmerken

Leerkrachten stimuleren in de lessen dat:

  1. Leerlingen leren over kenmerken van verschillende etnische, religieuze en levensbeschouwelijke groepen in de klas en de Nederlandse samenleving.
  2. Leerlingen leren over alle lagen van cultuur: van dagelijkse culturele uitingen en routines (zoals feesten, eten etc.) tot dieperliggende cultuurkenmerken (normen en waarden, mensbeelden).
  3. Cultuurkenmerken op een respectvolle manier worden besproken.
  4. Ook de verschillen binnen culturen worden besproken.

C2 Aandacht voor overeenkomsten en verschillen tussen leerlingen

Leerkrachten stimuleren in de lessen dat:

Leerlingen leren over en reflecteren op verschillen en overeenkomsten (sociaal, cultureel, seksegebonden) tussen leerlingen, zonder dat stereotyperingen en vooroordelen ontstaan. Een aanpak kan zijn: (i) beschrijven van eigen kenmerken van leerlingen, (ii) vergelijken met die van anderen, (iii) reflecteren op overeenkomsten en verschillen, en (iv) praten over hoe deze te waarderen.

C3 Aandacht voor (meervoudige) identiteit

Leerkrachten stimuleren in de lessen dat:

  1. Leerlingen ruimte hebben om een zelfbeeld te vormen en te reflecteren op hun identiteit.
  2. Er aandacht is voor het verschil tussen het zelfbeeld en het imago (beeld dat anderen hebben) van leerlingen.
  3. Er ruimte is voor dialoog over het zelfbeeld en het imago dat leerlingen hebben.
  4. Leerlingen reflecteren (op het hebben van) meervoudige identiteiten.

C4 Aandacht voor kenmerken van de multiculturele samenleving

Leerkrachten stimuleren in de lessen dat:

  1. Leerlingen praten over wat hen bindt
    • binnen hun eigen familie/vrienden/ gemeenschap;
    • binnen de school als gemeenschap;
    • in Nederland.
  2. Leerlingen leren over gedeelde waarden in de samenleving (democratische basiswaarden, mensenrechten, kinderrechten) en het spanningveld tussen ruimte voor diversiteit en belang van gedeelde waarden.
  3. Er aandacht is voor de oorsprong van culturele diversiteit vanuit een historisch perspectief (verleden en heden van migratie).

C5 Perspectiefwisseling

Leerkrachten stimuleren in de lessen dat:

  1. Leerlingen leren reflecteren op hun eigen opvattingen en leefstijl en dit niet als enige waarheid te zien.
  2. Leerlingen vraagstukken en casussen bekijken vanuit meerdere perspectieven en zich verdiepen in opvattingen en levensvisies van anderen.
  3. Leerlingen leren over maatschappelijke thema's en ontwikkelingen vanuit het perspectief van verschillende contexten, groeperingen en overtuigingen.

C6 Aandacht voor stereotypen, vooroordelen, discriminatie

Leerkrachten stimuleren in de lessen dat:

  1. Leerlingen leren over en reflecteren op welk gedrag ontoelaatbaar is - zoals geformuleerd in schoolregels en wetten - zodat bij discriminatie ingegrepen kan worden.
  2. Leerlingen leren over en reflecteren op de ervaring hoe het is om aan vooroordelen en/of discriminatie bloot te staan.
  3. Leerlingen reflecteren op eigen ervaringen en voorbeelden van vooroordelen, stereotypering en discriminatie.
  4. Leerlingen reflecteren op hun eigen tolerantiegrenzen.