B. Schoolbeleid en schoolontwikkeling
B. Schoolbeleid en schoolontwikkeling
B1 Toelatingsbeleid en schoolpopulatie 

  1. Het toelatingsbeleid is in lijn met de visie van de school op diversiteit.
  2. Het toelatingsbeleid is geëxpliciteerd en gecommuniceerd met ouders, leerlingen en (externe) partners.
  3. De school maakt waar relevant actief gebruik van beleidsmogelijkheden om desegregatie (menging van leerlingen) te bevorderen.
  4. Homogene scholen zijn zich ervan bewust dat ze actief op zoek moeten naar mogelijkheden om hun leerlingen in aanraking te brengen met andere culturen.
B2 Schoolbeleid
  1. Er zijn schoolregels waarin de normen en waarden uit de visie centraal staan.
  2. In schoolregels staat respect voor diversiteit centraal en wordt geëxpliciteerd dat discriminatie niet is toegestaan.
B3 Competentieontwikke-ling van leerkrachten
  1. Leerkrachten beschikken over culturele sensibiliteit en -competenties, ondermeer: 
    • een open en positieve houding naar andere culturen en meertaligheid;
    • bewustzijn van eigen culturele percepties;
    • inzicht in de achtergrond en thuissituatie van leerlingen.
  2. Leerkrachten kunnen goed omgaan met culturele verschillen en achtergronden in de klas en maken er op een positieve manier gebruik van.
  3. Leerkrachten treden op als er sprake is van vooroordelen en discriminatie en handelen daarbij in lijn met de schoolregels.
  4. Leerkrachten kunnen omgaan met situaties waarin cultuurverschillen leiden tot meningsverschillen en verwijdering.
  5. Er zijn professionaliseringsactiviteiten gericht op het bevorderen van culturele competenties van leerkrachten.
  6. Bij het aanname beleid wordt gelet op de openheid van leerkrachten voor culturele diversiteit.
B4 Ouderbetrokkenheid
  1. Er is beleid gericht op het bevorderen van ouderparticipatie en communicatie met (allochtone) ouders.
  2. Leerkrachten hebben weet van de thuissituatie en achtergrond van ouders en leerlingen en proberen van daaruit het perspectief van ouders te begrijpen.
  3. Leerkrachten staan open voor de visie van ouders op opvoeding en onderwijs, ook als deze anders is door de culturele achtergrond.
  4. Leerkrachten spannen zich in om waar nodig een brug te slaan tussen de thuissituatie en de schoolsituatie.
B5 Relaties met externe partners
  1. Waar relevant: er is contact met instellingen die zich richten op de diverse culturele- en taalkundige achtergronden van leerlingen (bijv. lessen in eigen taal en cultuur, Koranschool etc.).