Culturele diversiteit
Leren omgaan met culturele diversiteit: een reflectiekader voor scholen

Met het leren omgaan met culturele diversiteit wordt meer specifiek bedoeld dat 'leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdsgenoten'. Deze specificatie is sinds 2006 verankerd in de wet op het primair en voortgezet onderwijs. Het kennismaken met verschillende culturen wordt genoemd in het kader van burgerschapsvorming.

Bij burgerschapsvorming staan drie domeinen centraal: (i) democratie; (ii) participatie, en (iii) identiteit. Culturele kennismaking speelt met name een rol in het domein Identiteit. Maar ook binnen de andere domeinen komt diversiteit aan de orde: als wezenlijk kenmerk van de democratie en in het actief deelnemen aan de pluriforme samenleving.

Reflectiekader culturele diversiteit

Het Reflectiekader culturele diversiteit kan gebruikt worden bij het invullen en aan de orde stellen van burgerschap en sociale integratie. Het kader bevat aandachtspunten en voorbeeldactiviteiten van hoe een school culturele diversiteit kan vormgeven. Het gaat daarbij om een viertal aspecten van onderwijs in de school:

Met behulp van dit kader kunnen scholen hun visie op burgerschap en culturele diversiteit verder operationaliseren. De vier aspecten van de onderwijsomgeving zijn niet los van elkaar te zien. Het uiteindelijke doel is om, in aansluiting op de wet, leerlingen te leren omgaan met diversiteit (C) en ze te laten ervaren dat ze burgers in een pluriforme samenleving zijn (D). Een onderwerp als culturele diversiteit raakt sterk aan de identiteit en pedagogische opdracht van de school. Het reflecteren op de visie en schoolcultuur is daarom een belangrijke stap in het onderwijs verzorgen in culturele diversiteit (A). De vaardigheden en kennis van de leerkracht zijn bij het onderwijzen in welk onderwerp dan ook doorslaggevend. Bij het leren omgaan met culturele diversiteit is de attitude van de leerkracht ten aanzien van (culturele) verschillen cruciaal. Leerkrachtcompetenties en meer beleidsmatige zaken, zoals het (aanname)beleid en de contacten met ouders, staan centraal in onderdeel (B).

Culturele diversiteit hebben wij gedefinieerd als de verscheidenheid in de samenleving die verwijst naar verschillen in cultuur als één van de vele dimensies van interne (groeps)verschillen, waarbij cultuur gezien kan worden als een ‘dynamisch geheel van denkmodellen en gedragspatronen gedeeld door een samenleving, gemeenschap of groepering’ (Onderwijsraad 2007). Religie, taal en etniciteit zijn andere dimensies van interne (groeps)verschillen die heel dicht raken aan culturele diversiteit, en in relatie met elkaar aan bod kunnen komen. Culturele diversiteit heeft geen vaste plek in het curriculum. Inhoudsaspecten zullen deels behandeld worden bij lessen oriëntatie op jezelf en de wereld en in vakken als geschiedenis, aardrijkskunde en maatschappijleer. Bij het leren omgaan met culturele diversiteit staan bepaalde vaardigheden en houdingen centraal, zoals het kunnen wisselen van perspectief, het ontwikkelen van een (meervoudige) identiteit en het omgaan met 'de ander', ook als die een andere achtergrond heeft dan jij. Qua vorm van onderwijs verdient het de voorkeur als leerlingen leren en ervaren in gemengde groepen. In de klas en op school of, als dit niet mogelijk is, in uitwisseling met een andere school.

Downloads: