RALFI

Abstract

RALFI is een programma voor kinderen die de spellende leeshandeling (grotendeels) beheersen, maar langdurig veel te traag blijven lezen. De vorderingen beslaan minder dan twee AVI-niveaus per jaar.

Tekst

RALFI is gericht op het verhogen van het leesniveau en vloeiend lezen. Er wordt gewerkt met teksten die aansluiten bij de leeftijd van de kinderen. Een leescyclus wordt het liefst vijf keer per week met dezelfde leerlingen uitgevoerd.

Het programma is door Anneke Smits (Opleidingen Speciale Onderwijszorg Hogeschool Windesheim Zwolle) ontleend aan een aantal wetenschappelijke onderzoeken (Stahl, Meyer en Felton, Rasinsky, Weinstein en Cooke, National Reading Panel, Furr)

RALFI kan als volgt worden uitgelegd:

R = repeated

In vijf achtereenvolgende sessies verspreid over vijf werkdagen wordt met een homogene groep hetzelfde stukje tekst gelezen.

A = Assisted

De eerste vier keer lees de leerkracht de tekst eerst zelf voor in een vloeiend leestempo. De kinderen lezen mee terwijl ze bijwijzen. Na het voorlezen lezen de kinderen de tekst zelf. De vijfde keer lezen ze zelf zonder dat de tekst wordt voorgelezen.

Bij het lezen wordt gebruik gemaakt van koorlezen. Dat betekent dat de kinderen tegelijkertijd hardop de tekst verklanken.

Als een leerling een woord niet direct herkent, zegt de leekracht het woord voor. Alleen bij de vijfde keer wordt vijf seconden gewacht met voorzeggen.

L = level

Er wordt gewerkt met leeftijdsadequate teksten op minimaal niveau 7/8. Er wordt bij voorkeur gewerkt met niet AVI-ingedeelde boeken. Het is handig om niet al te spannende boeken te nemen. Die vragen om doorlezen en dat is met deze methodiek moeilijk. Er kan worden gekozen voor boeken met korte stukjes tekst of bijvoorbeeld voor informatieve boeken, gedichtenbundels, zaakvakboeken enz.
In het begin zijn de teksten ongeveer 100 woorden. Dat kan oplopen tot 250 a 300 woorden.

F = Feedback

Directe feedback (woord voorzeggen) en gerichte positieve feedback zijn in deze oefenvorm heel belangrijk. Probeer te specificeren wat het kind vandaag zo goed doet. Het kind kan ook zelf zijn lezen evalueren door gerichte vragen te beantwoorden (Wat vind je makkelijk om te lezen, wat moeilijk en waarom).

I = interactie

Het is belangrijk om enthousiaste interactie te hebben over de inhoud.

I = instructie

Er wordt niet veel instructie gegeven. Hoogstens worden langere woorden met bijvoorbeeld boogjes in stukjes verdeeld of wordt bij een korter woord het kind aangemoedigd eerst naar de eerste letter te kijken.

Woordenschat

Het is de bedoeling dat kinderen de tekst goed begrijpen (en dus ook de woorden in die tekst. Het uitleggen van de woorden kan met de CUVAR-techniek).

Duolezen

Binnen RALFI kan het duolezen een rol spelen. Het ene kind leest, het andere leest stil mee, zegt voor en verbetert als er een woord fout wordt gelezen.

De sessies van Ralfi zijn de volgende:

sessie 1 (45 minuten)
De leerkracht of leesspecialist leest een tekst interactief voor, waarbij gebruik wordt gemaakt van open vragen. De leerlingen wijzen bij. De moeilijke of onbekende woorden uit de vorige sessies kunnen terugkomen.

Twee moeilijke woorden worden besproken met behulp van CUVAR.
De leerkracht of leesspecialist leest de tekst voor en de leerlingen wijzen bij.
De leerlingen lezen de tekst hardop in koor, waarbij de leerkracht of leesspecialist meeleest.
De leerlingen lezen de tekst in duo's om en om. De leerkracht of leesspecialist loopt rond en observeert.

Sessie 2 (25 min.)
De leerkracht of leesspecialist leest een tekst interactief voor, waarbij gebruik wordt gemaakt van open vragen. De leerlingen wijzen de tekst bij.
De leerlingen lezen de tekst hardop in koor.
De leerlingen lezen de tekst in duo's om en om, waarbij de leerkracht of leesspecialist rondloopt en observeert.

Sessie 3 (25 minuten)
De leerkracht of de leesspecialist leest een tekst interactief voor waarbij gebruik wordt gemaakt van open vragen. De leerlingen wijzen de tekst bij. De moeilijke of onbekende woorden uit de vorige sessies kunnen terugkomen.

De leerlingen lezen de tekst hardop in koor.
De leerlingen lezen de tekst in duo's om en om, waarbij de leerkracht of leesspecialist rondloopt en observeert.

Sessie 4 (20 minuten)
De leerkracht of leesspecialist leest een tekst interactief voor waarbij gebruik wordt gemaakt van open vragen. De leerlingen wijzen de tekst bij. De moeilijke of onbekende woorden uit de vorige sessies kunnen terugkomen.
De leerlingen lezen de tekst in duo's om en om, waarbij de leerkracht of leesspecialist rondloopt en observeert.

Sessie 5
Er wordt door alle leerlingen 'vrij gelezen' waarbij de leerkracht of leesspecialist de leerlingen individueel de tekst laat lezen en waar nodig besluit tot aanpassing.

(Bron: Protocol Leesproblemen en Dyslexie Speciaal Onderwijs)

Zie ook

Technieken voor het begeleiden van taal/lezen/spellen, Technisch lezen.

Boeken

  • Braams, T., Smits, A. (2006): Dyslectische kinderen leren lezen. Individuele, groepsgewijze en klassikale werkvormen voor de behandeling van leesproblemen.. Meppel: Boom.
  • Wentink, H., Wouters, E. (2005): Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor het Speciaal Basisonderwijs.. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.