Om deze website goed te laten functioneren, gebruiken wij cookies. Bekijk ons cookiebeleid
Aanvankelijk lezen

Abstract

Het beginnende lezen in groep 3, waarbij de nadruk ligt op het leren verklanken van eenvoudige woorden (het toepassen van de elementaire leeshandeling) met als uiteindelijk doel het begrijpen van de gelezen tekst.

Tekst

Theoretische inzichten

De didactiek van het aanvankelijk lezen maakt gebruik van de verschillende theoretische inzichten die door de jaren heen ontwikkeld zijn. Belangrijke leestheoretische modellen zijn het logogenmodel, de bottom-up-visie, de top-down-visie, het interactieve model , het interactief-compensatorisch model, het twee-route model, het connectionistische model en het fonologisch coherentiemodel.
Dit laatste model vormt de basis van de hedendaagse leesdidactiek.

 

Didactiek

 

Onderzoek
Ongeveer 10 procent van de leerlingen van groep 3 heeft problemen met aanvankelijk lezen. Eén op de 20 leerlingen heeft dyslexie. Leesproblemen vormen in de eerste groepen de belangrijkste oorzaak voor zittenblijven en doorverwijzen naar het speciaal onderwijs.
Specifieke problemen zijn te vinden bij leerlingen die het Nederlands als tweede taal leren. Dove leerlingen, blinde leerlingen en verstandelijk gehandicapte leerlingen hebben problemen met het aanvankelijk lezen die gerelateerd zijn aan hun handicap.
Uit onderzoek (Vernooij 2004) is gebleken dat het belangrijk is veel aandacht te geven aan vlot leren lezen. Kinderen moeten tenminste op de leeftijd van negen jaar de leestechniek beheersen en vlot kunnen lezen.

 

Praktijk
Aanvankelijk werd in het onderwijs wordt gewerkt met de indeling voorbereidend lezen, aanvankelijk lezen en voortgezet lezen (onder te verdelen in voortgezet technisch lezen, begrijpend lezen en studerend lezen/informatieverwerking).
Deze begrippen worden nog steeds gehanteerd, maar zij maken meer en meer plaats voor beginnende geletterdheid en gevorderde geletterdheid.

Kern van het leesonderwijs is de elementaire leeshandeling met de daaraan gekoppelde deelvaardigheden klanktekenkoppeling, analyse en synthese. In de eerste fase van het leesonderwijs, ook wel de klankzuivere periode genoemd, moeten kinderen moeten klankzuivere medeklinker-klinker-medeklinker woorden (als boom of vis) kunnen verklanken. In de tweede periode, de niet klankzuivere periode ligt de nadruk op de directe herkenning van steeds moeilijker woorden en de verhoging van het leestempo (voortgezette leeshandeling). Tijdens het aanvankelijk lezen worden verschillende technieken om woorden snel te herkennen (woordidentificatietechnieken) gehanteerd.
Aanvankelijk lezen en aanvankelijk spellen hangen in deze startfase van het leesonderwijs sterk samen. Hoewel tijdens de fase van het aanvankelijk lezen de leestechniek centraal staat, is het uiteindelijke doel van het onderwijs uiteraard het begrijpend lezen van teksten.

De meeste kinderen leren lezen op school. Daarvoor kunnen allerlei verschillende methodieken gebruikt worden. Scholen werken vaak met methodes voor aanvankelijk lezen die klassikaal gebruikt worden en waarmee vormen van differentiatie bij aanvankelijk lezen mogelijk zijn. Soms worden methodes gebruikt die uitgaan van natuurlijk leren lezen of zelfontdekkend leren lezen. Naast de methode worden boeken voor aanvankelijk lezen gebruikt.
Er worden steeds meer materialen uitgegeven waarmee ouders ook thuis aan de leesontwikkeling van hun kind kunnen werken. Sommige van die materialen worden naast de leesmethode gebruikt, met andere kunnen ouders hun kinderen vanaf een jaar of drie thuis leren lezen.
De combinatie Aanvankelijk lezen en multimedia wordt in toenemende mate belangrijk. Bij veel methodes zijn cd roms, computerprogramma's en televisieprogramma's ontwikkeld.

 

Lange tijd was het zo dat alle kinderen in groep 3 op hetzelfde moment begonnen met aanvankelijk lezen en in hetzelfde tempo de methode doorwerkten. De laatste jaren verandert dat. Sommige scholen laten kinderen die in de kleutergroepen al hebben leren lezen op op hun eigen niveau verder gaan. Andere scholen kiezen voor meer instroommomenten in de methode voor aanvankelijk lezen, of werken binnen de methode in niveaugroepen.

 

Methodes spelen steeds meer in op de verschillende niveaus in groep 3 en op het feit dat er vaak in groep 2 al een aantal kinderen kunnen lezen. Ook wordt rekening gehouden met het belang van verlengde instructie voor zwakke lezers door in de kleutergroepen al te beginnen met het aanbieden van letters, met bijvoorbeeld de 'letter van de week'.

 

Uit onderzoek blijkt dat een goede instructie van cruciaal belang is bij zowel aanvankelijk als begrijpend lezen. Door in een circuitmodel te werken krijgen juist de zwakkere leerlingen onvoldoende instructie.

 

Uit het eind 1997 verschenen rapport WSNS op weg, de evaluatie van het Weer Samen Naar School beleid blijkt dat het WSNS-proces stagneer op het realiseren van omgaan met verschillen. De onderwijsverslagen van de onderwijsinspectie van 1998 en 1999 laten hetzlefde beeld zien: op 60 procent van de basisscholen wordt onvoldoende rekening gehouden met de niveauverschillen tussen leerlingen. Recente gegevens van de inspectie (2003 en 2004) tonen aan dat aan het einde van groep 3 17 procent van de kinderen niet goed kan lezen en dat in groep 4 10 procent van de achtjarigen nog niet kan lezen. Struiksma constateert in zijn proefschrift dat groep 3 14.6 procent uitvallers kent.

(bron: Beginnend lezen en omgaan met verschillen, p.44)

 

Kerndoelen en tussendoelen

De doelen van het aanvankelijk lezen zijn vastgelegd in de tussendoelen beginnende geletterdheid. Ze maken daarin onderdeel uit van de beginnende geletterdheid van groep 1 tot en met groep 4. Doelen die specifiek zijn gericht op het aanvankelijk lezen, worden hieronder weergegeven. Hierbij moet wel worden aangetekend dat juist gezien het feit dat de tussendoelen beginnende geletterdheid sterk met elkaar verweven zijn, de doelen gericht op het proces van het aanvankelijk lezen moeilijk als een aparte eenheid kunnen worden gezien.

 

Technisch lezen en schrijven, start
Kinderen kennen de meeste letters; ze kunnen de letters fonetisch benoemen.
Kinderen kunnen klankzuivere (km-, mk- en mkm-)woorden ontsleutelen zonder eerst de afzonderlijke letters te verklanken.
Kinderen kunnen klankzuivere woorden schrijven.

Technisch lezen en schrijven, vervolg
Kinderen lezen en spellen klankzuivere woorden (van het type mmkm, mkmm en mmkmm).
Kinderen lezen korte woorden met afwijkende spellingpatronen en meerlettergrepige woorden.
Kinderen maken gebruik van een breed scala van woordidentificatietechnieken.
Kinderen herkennen woorden steeds meer automatisch.

 

Begrijpend lezen en schrijven
Kinderen tonen belangstelling voor verhalende en informatieve teksten en boeken en zijn ook gemotiveerd die zelfstandig te lezen.
Kinderen begrijpen eenvoudige verhalende en informatieve teksten.
Kinderen gebruiken geschreven taal als een communicatiemiddel.

 

Dilemma's
Een belangrijk dilemma bij het leren lezen is de keuze van de methode voor aanvankelijk lezen die binnen de school wordt gebruikt. Ook is het leesbeleid ten aanzien van het beginnende lezen vaak nog een zaak van de leerkrachten van groep 3 en niet van het hele team.

Zie ook

Aanvankelijk lezen en adaptief onderwijs, Aanvankelijk lezen en Nederlands als tweede taal, Aanvankelijk lezen, methodes voor, Aanvankelijk spellen, Aanvankelijk stellen, ABC-muur, Analytisch-synthetische methode, Beginnende geletterdheid, Boeken voor beginnende lezers, Boeken voor moeilijk lezenden, Boeken voor vlotte lezers, Deelvaardigheid, Deelvaardigheidsonderzoek, Diagnostisch lees- en/of spellingonderzoek, Down Syndroom en taal/leesontwikkeling, Drie-minuten-toets, Dyslexie, Dyslexieprotocol, Dyslexpert, Eclectische methode, Elementaire leeshandeling, Elementaire spellinghandeling, Expertisecentrum Nederlands, Functioneel aanvankelijk lezen, Globaal-analytische methode, Globaalmethode, Globaalwoord, Globaliserende methode, Grafeem/foneemkoppeling, Klankgebarenalfabet, Klanktekenkoppeling, Klankzuiver, Klankzuivere periode, Klikklakboekje, Korte klank, Leesachterstand, Leesmotivatie, Leesonderwijs, Leesontwikkeling, Leesplankje, Leesproblemen, Lezen, Lezen en taal in het traditioneel vernieuwingsonderwijs, Natuurlijk leren lezen, Normaalwoorden, Ontluikende geletterdheid, Ouderbetrokkenheid en taal/leesonderwijs, Technisch lezen, Tussendoelen beginnende geletterdheid, Vlot lezen, Woordtoetsen, Zelfontdekkend lezen, Zingend lezen, Zwaluwproject.

Boeken

  • Huizenga, H. (2000): Aanvankelijk en technisch lezen. Groningen: Wolters-Noordhoff.
  • Vernooy, K. (2004): Alle kinderen vlot leren lezen. Alle kinderen vlot leren lezen, is elk kind vlot leren lezen!. Amersfoort: CPS.
  • T. Braams, A. Smits (2006): Dyslectische kinderen leren lezen. Individuele, groepsgewijze en klassikale werkvormen voor de behandeling van leesproblemen. Meppel: Boom.
  • Donkersloot, A., Riesthuis, S. (1986): Leren lezen en schrijven volgens de natuurlijke methode. Den Bosch: K.P.C. Groep.
  • Freeman-Smulders, A. (1990): Leren lezen is niet genoeg. Amsterdam: Meulenhoff.
  • Bus, A.G., Henseler, K.G., Klatter, E. (1991): Lezen en schrijven in de onderbouw: praktische implicaties van het onderzoek naar 'emergent literacy'. Amersfoort: C.P.S..
  • Knijpstra, H., Pompert, B., Schiferli, T. (1997): Met jou kan ik lezen en schrijven. Assen: Uitgeverij van Gorcum.
  • Milder, R., Rademaker, K. (1986): Natuurlijk leert een kind lezen. Amsterdam: Pendoor.
  • Bacchini, S., Dekkers, R., Paus, H., Pullens, Th., Smits, M. (2002): Portaal. Praktische taaldidactiek voor het primair onderwijs. Muiderberg: Coutinho.

Artikelen

  • M.J.C. Mommers e.a. (1993): Aanvankelijk lees- en schrijfonderwijs in internationaal perspectief. Moer, 1993/07
  • Nanne Osinga en Anne Kooistra (1997): Alle kinderen leren lezen. Jeugd in school en wereld, 1997/07
  • L. Verhoeven (1998): Een anker uitwerpen. Nieuwsbrief Exp. Centrum Nederlands, 1998/02, pag. 13-15
  • Harm Knijpstra (1996): Een functionele leesaanpak, ook in een meertalige groep 3. Basisontwikkeling, 1996/03
  • Kees Vernooy (2002): Elk kind een lezer (1). Jeugd in school en wereld, 2002/09, pag. 12-17
  • Jeanne Kurvers en Piet Mooren. (2000): Het kind en het literaire badwater. Nogmaals over het beoordelen van eerste leesboekjes. Leesgoed, 2000/10, pag. 229 - 233
  • Dieuwke Hovinga. (1999): Ik ga een verhaal tekenen. Hoe kinderen leren lezen beleven, hoe je dat kunt ontdekken en wat je ermee kan. Mensenkinderen, 1999/09, pag. 4 - 12
  • Bea Ros (2000): Leren lezen met plaatjes.. Literatuur zonder leeftijd, 2000/01, pag. 66-70
  • Erna van Koeven (1999): Mama, ik heb vandaag de S geleerd. Jeugd in school en wereld, 1999/04
  • Anita Janssen, Marly Scholten en Maria Staals. (2001): Ontwikkelingsgericht werken met Veilig leren lezen. Jeugd in school en wereld, 2001/03, pag. 6-9
  • Marjo Nauta en Marjolein Buré (1993): Praktijkbijdrage voor groep 3 en 4. Jeugd in school en wereld, 1993/01
  • Cathy Berg (1998): Praktijkervaringen met de technische leesmethode 'Lezen doe je overal'. Moer, 1998/06
  • T. Boland. (2000): Tussendoelen beginnende geletterdheid. Taal/leesonderwijs. De Wereld van het jonge kind, 2000/12, pag. 168 - 171
  • M. Smits. (1999): Twee vliegen in een klap. Schrijven en lezen in groep 3. Jeugd in school en wereld, 1999/07, pag. 36 - 40
  • Cor Aarnoutse. (2000): Veel oudere kleuters kunnen al lezen. Didactief en school, 2000/02, pag. 20 - 21
  • Jan Folkert Deinum en Egbert Harskamp. (1995): Vijftien procent van de leerlingen leest onder de maat. Didaktief, 1995/05
  • Pieter Reitsma. (2000): Voorbereidend en aanvankelijk lezen in het Leescircus. Een doorgaand programma voor groepen 2 en 3. Jeugd in school en wereld, 2000/05, pag. 27 - 29
  • Jos Walta (2004): Vrijlezen in groep 3. Jeugd in school en wereld, 2004/02, pag. 32-33
  • Frans Weeber (2004): We moeten aanvankelijk lezen ontdoen van de franje. Jeugd in school en wereld, 2004/03, pag. 32,33
  • K. Verbeeck. (2000): Welkom in een geletterde omgeving!. De Wereld van het jonge kind, 2000/10, pag. 40 - 43
  • A. de Blauw (2000): Werken aan tussendoelen, geletterdheid in de onderbouw. Taal Lezen Primair, 2000/01, pag. 10 - 11
  • Erna van Koeven. (2000): Wortel en peen. Over het beoordelen van eerste leesboekjes. Leesgoed, 2000/06, pag. 121 - 124

Methoden

  • Alle kinderen leren lezen (1992): Lisse: Swets & Zeitlinger BV.
    Een methode voor aanvankelijk lezen, gebaseerd op analyse en synthese.
  • De Leesbus (1989): : Jacob Dijkstra.
    Methode voor aanvankelijk lezen; wordt weinig gebruikt. De lees/prentenboeken bij de methode worden wel veel gebruikt, ook bij andere methodes.
  • De Leessleutel (2002): Den Bosch: Uitgeverij Malmberg BV.
    Methode voor aanvankelijk lezen waar 'sleutelwoorden' aan de basis staan van het leren lezen en waar per jaar twee instroommomenten mogelijk zijn.
  • De Nieuwe Leeshoek (1993): Uitgeverij, Baarn: Bekadidact.
    Methode waarin uit wordt gegaan van kernzinnen en veel aandacht is voor het aanleren van de letters. Maakt onderdeel uit van het Zwaluwproject.
  • Het Zwaluwproject (1994): Lisse: Swets & Zeitlinger BV.
    Programma waarbij gebruik gemaakt wordt van materialen van verschillende methodes en waarbij kinderen zelfstandig onderwijsleerstofpakketten doorwerken.
  • Individualiseren met veilig leren lezen (1994): Tilburg: Uitgeverij Zwijsen BV.
  • Lang zullen ze lezen! (2002): Uitgeverij, Baarn: Bekadidact.
    Methode voor aanvankelijk lezen waarin techniek en leesbeleving hand in hand gaan.Aan de hand van vertelplaten wordt een verhaal verteld. Hieruit wordt een kerntekst gekozen en uit de kerntekst wordt weer een ankerwoord geïsoleerd.
  • Leesballon (1998): : Kinheim Marketing.
    Een van oorsprong Belgische structuurmethode voor leren lezen.
  • Leeshuis (2002): Houten: Wolters-Noordhoff Basisonderwijs.
    Methode lezen voor groep 1 t/m groep 8. Bevat onderdelen voor technisch, begrijpend, studerend en waarderend lezen.
  • Leeslijn/De Leesweg (2004): : ThiemeMeulenhoff: Utrecht/Zutphen .
    Leeslijn bestaat uit twee leerlijnen, de activiteitenlijn waarin leerlingen zich met behulp van allerlei materialen zelf kunnen ontwikkelen in het leren lezen. Daarnaast is er de Leesweg, waar specifieke instructie wordt gegeven aan de wat zwakkere lezers.
  • Letterstad (1975): Groningen: Wolters-Noordhoff.
    Niet meer verkrijgbaar
  • Lezen doe je overal (1996): Tilburg: Uitgeverij Zwijsen BV.
    Methode voor allochtone neveninstromers
  • Lezen moet je doen (1986 (1994)): Stichting Leerplanontwikkeling, Enschede: S.L.O..
    Methode die van oorsprong is bestemd voor het gebruikt in het ZMLK, maar die ook in andere vormen het het speciaal onderwijs en het regulier basisonderwijs wordt gebruikt. In de methode is ook het klankgebarenalfabet te vinden.
  • Van beginnende geletterdheid tot lezen (2001): Drunen: Delubas.
    Een ideeënboek voor groep 2 en groep 3 met suggesties m.b.t. beginnende geletterdheid, voor activiteiten in de kring, in diverse hoeken, ideeën voor de inrichting van hoeken, aanwijzingen voor de begeleiding van kinderen.
  • Van Woord tot Woord (1986): : Hertog bv..
    Analytisch synthetische leesmethode, gebaseerd op het woord des Heeren.
  • Veilig in Stapjes (1994): Uitgeverij, Tilburg: Zwijsen BV.
    Aanvullend pakket bij Veilig leren lezen voor zwakkere lezers en voor het speciaal onderwijs.
  • Veilig leren lezen (oude versie: boom-roos-vis) (1980): Uitgeverij, Tilburg: Zwijsen BV.
    Structuurmethode voor het aanvankelijk leesonderwijs.
    Deze methode wordt weinig meer gebruikt. De materialen zijn ook niet meer bij de uitgever voorhanden.
  • Veilig leren lezen (versie: maan-roos-vis) (1991): Uitgeverij, Tilburg: Zwijsen BV.
    Structuurmethode voor het aanvankelijk lezen, uitgaande van 34 structuurwoorden.
  • Zo leer je kinderen lezen en spellen: Tilburg: Fontys.
    José Schraven. Het schrijven en lezen van blokletters vormt de basis van deze methode