De elektronische leeromgeving (ELO) wordt in meer dan de helft van de scholen in het voortgezet onderwijs gebruikt. Scholen kiezen voor een ELO om het onderwijs flexibeler en aantrekkelijker te maken. Echter, wanneer gekeken wordt naar het daadwerkelijke gebruik blijkt dit voor het grootste deel van de scholen nog zeer beperkt. Docenten maken met name gebruik van de organisatorische mogelijkheden.
Op het gebied van leerinhouden, evaluatie, communicatie en differentiatie is het een minderheid die de mogelijkheden van de ELO weet te benutten. Docenten die ruimte krijgen om met de ELO te experimenteren, scholen waar afspraken gemaakt worden over de inzet, docenten die scholing krijgen in didactische ELO-vaardigheden en deelnemen aan uitwisselingsessies laten een grotere didactische variatie zien in het gebruik van de ELO.
Dit blijkt uit het onderzoeksverslag Inzet van de elektronische leeromgeving in het voortgezet onderwijs.
Klik hier om de volledige publicatie te downloaden.
Scholen aan het woord over de inzet van de ELO in hun onderwijs
Hieronder vindt u een videoverslag van De Grundel in Hengelo en het Gerrit Rietveld College in Utrecht. In elke film vertellen een manager, een docent en een leerling hoe op hun school de ELO ingezet wordt.
Klik hier voor de video's
Achtergrond van het onderzoek
SLO richt zich als nationaal expertisecentrum voor leerplanontwikkeling onder andere op de wijze waarop nieuwe technologie in de school kan worden ingezet. De beschikbaarheid en het gebruik van elektronische leeromgevingen (ELO’s) in het VO is de laatste jaren sterk toegenomen. De ELO’s bieden steeds meer mogelijkheden, bijvoorbeeld op het gebied van digitale leermiddelen. SLO ziet de elektronische leeromgeving als een instrument voor scholen om zelf het leren en de leerinhouden te ontwerpen en te arrangeren. Het gebruik van de ELO is op deze wijze een belangrijke vorm van leerplanontwikkeling in de school en in de klas. De vraag die SLO dan ook bezig houdt is op welke wijze de ELO van de toekomst vanuit leerplankundig perspectief vorm moet krijgen.
Contact
Als u vragen en/of opmerkingen hebt, dan kunt u contact opnemen met Hans de Vries, bereikbaar op 053-4840 630.



