<< Terug naar het overzicht.
07-04-2017
'Het curriculum is van ons allemaal'
Geef ons vertrouwen, ontwikkeltijd en mogelijkheden voor professionalisering: dat was de boodschap tijdens de drukbezochte werkconferentie op 5 april j.l. over de vraag wat scholen nodig hebben om hun curriculum klaar te maken voor de toekomst.

Brede werkbijeenkomst over de toekomst van het curriculum op school

Geef ons vertrouwen, ontwikkeltijd en mogelijkheden voor professionalisering: dat was de boodschap tijdens een drukbezochte werkconferentie over de vraag wat scholen nodig hebben om hun curriculum klaar te maken voor de toekomst. De bijeenkomst, op 5 april in Utrecht, was bijzonder omdat alle partijen die in curriculumontwikkeling een stem hebben, waren vertegenwoordigd. Allereerst leraren en schoolleiders uit primair, voortgezet en speciaal onderwijs, maar ook bestuurders, lerarenopleiders, onderzoekers, leerplanontwikkelaars, toetsontwikkelaars, ondersteuningsinstanties, vakverenigingen, sectorraden, overheden en uitgevers.

In Nederland kunnen scholen binnen bepaalde kaders zelf vorm geven aan hun leerplan of curriculum. Veel scholen zijn ervan overtuigd dat de snelle veranderingen in de samenleving een grondige herziening van dat curriculum nodig maken. Op landelijk niveau loopt hierover onder het motto Onderwijs 2032 een brede discussie. Intussen zijn veel scholen al bezig met hun eigen curriculum.

Pendel

Tijdens de werkconferentie, een gezamenlijk initiatief van SLO, AVS, VO-raad, PO-Raad en Onderwijscoöperatie, ging het over de vraag welke behoeften scholen daarbij hebben. In de woorden van algemeen directeur Jindra Divis van SLO: “Curriculumontwikkeling is een complex proces. Er zijn niet alleen veel partijen bij betrokken, het speelt zich ook nog eens af op verschillende niveaus. Om alles goed met elkaar te blijven verbinden, is een voortdurende pendel nodig van schoolniveau naar landelijk niveau en andersom. Daarom zeg ik: scholen, help ons, voed ons: wat hebben jullie van ons nodig?”

Vertrouwen

Aan de hand van zestien schoolvoorbeelden werden aanbevelingen geformuleerd. Een belangrijke aanbeveling aan besturen was om curriculumontwikkeling bewust aan leraren toe te vertrouwen. “Mógen leraren initiatieven nemen, met daarbij de kans dat er soms iets niet lukt?”, vroeg Joost Kentson, voorzitter van de Onderwijscoöperatie. “Ontwikkelen kan alleen vanuit vertrouwen.”

Professionalisering

Leraren hebben ook behoefte aan professionalisering. Hier ligt mede een taak voor de schoolleiding: “Wij vragen leraren iets te doen wat ze niet eerder hebben gedaan. We moeten ze wel een kans geven daarin te groeien”, zei AVS-voorzitter Petra van Haren. Volgens Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad, moeten scholen dit meenemen in hun strategisch HRM-beleid. “Daarbij kun je je afvragen of iedere docent curriculumontwikkelaar moet zijn. Misschien is de één een geweldige mentor, de ander een goede ontwikkelaar.”

Tijd

Een derde cruciale factor is tijd. Leraren met een drukke lestaak missen vaak de rust en ruimte om van afstand naar het curriculum te kijken: wat willen we dat onze leerlingen zeker leren? “Als we ook de factor ‘tijd’ goed regelen, heb ik er alle vertrouwen in”, aldus Kentson.
Daarbij is het belangrijk te beseffen dat curriculumontwikkeling een continu proces is, besloot dagvoorzitter Sanne Tromp (SLO): “Het is niet gisteren begonnen en het is niet vandaag af. Het curriculum is van ons allemaal en daar blijft ieders perspectief bij nodig.”